Hoe komt het dat Italië zoveel lokale druiven heeft?

Winkelwagen samenvoegen?

Welkom terug! Er zitten nog enkele artikels in je winkelwagen van je vorige bezoek. Wil je deze artikels toevoegen aan je huidige bestelling?

Geplaatst door: Astrid Joosten en Thérèse Boer
op 14-04-2022
Delen
Hoe komt het dat Italië zoveel lokale druiven heeft?
Hoe komt het dat Italië zoveel lokale druiven heeft?

Hoe komt het eigenlijk dat Italië zoveel lokale druiven heeft met zo’n eigen karakter?

Om dat te begrijpen duiken we kort in de geschiedenis van het land.

Tot 1870 was Italië geen politieke eenheid en er was geen sprake van één totale gemeenschappelijke identiteit. Het was niet één land, maar een verzameling kleine landjes die allemaal trots vast hielden aan hun lokale tradities die wijnen voortbrachten met hun eigen tipicità. Iedereen bleef in z’n eigen regio, dus de wijnen genoten niet meer dan een lokale bekendheid. Ze keken dus ook niet naar andere regio’s - laat staan naar het buitenland - en hoe men daar werkte; alle kennis bleef regionaal.

 

Ook het grootgrondbezit is tot aan de 2e wereldoorlog funest geweest. Ongeveer 3 miljoen mensen werkten in de agrarische sector. Zij waren min of meer lijfeigene van een paar rijke families. Men moest de helft van de opbrengst inleveren bij die familie. De pachters kregen van de herenboer een huisje en verder was er een bakker, een slager en een schooltje in zo’n dorp. Op die manier verlieten ze hun dorp niet en leerden ze nooit wijn kennen uit omliggende dorpen of andere regio’s. En zo werden ze ook nooit geprikkeld om een betere kwaliteit te produceren.

 

Pas in de laatste jaren van de 20e eeuw ontstond er een nieuwe dynamiek in de Italiaanse landbouw. Voor het eerst trok de jonge generatie wel naar het buitenland om kennis en ervaring op te doen. Studies en stages in Frankrijk, California en Australië zorgden voor meer kennis en vernieuwing. Wijnmakers als Antinori en Gaja speelde een sleutelrol in de vernieuwing. Het bekendste verbeterprogramma is in 1987 gestart in de Chianti Classico. Voor het eerst zagen ze, door hun internationale ervaring, in dat het terroir van Piëmonte leek op Bordeaux en Bourgogne en verbeterden langzaam maar zeker de kwaliteit van de wijn in het hele land, mét behoud van hun eigen druivenrassen. Ze voegden wel wat buitenlandse druiven toe als cabernet, merlot en chardonnay, maar die bleven tot op de dag van vandaag van ondergeschikt belang.

Gelukkig maar, want die worden in de hele wereld al aangeplant. Laat Italië maar lekker Italiaans blijven met al hun heerlijke eigen smaken. Op die manier valt er enorm veel te ontdekken. Het Italië van vandaag is een wereldberoemd kwaliteits wijnland.